• Wil Aloserij samen met auteur Frank Krake in Husum.

    Eigen foto
  • Eigen foto
  • Eigen foto

Oorlogsverleden Wim Aloserij verteld in 'De laatste getuige'

PUTTEN Wim Aloserij maakte niet alleen het strenge en zware bewind mee in drie concentratiekampen, hij overleefde ook nog eens het bombardement op oceaanstomer Cap Arcona. Auteur Frank Krake geeft samen met Wim Aloserij op 18 april een lezing in De Aker over zijn oorlogsverleden en hun boek 'De laatste getuige'.

Maranke Pater

Frank Krake werd een jaar geleden door de Stichting Vriendenkring Neuengamme gevraagd om een lezing te komen geven over zijn boek ‘Menthol’. ,,Menthol is een luchtig verhaal over Joseph Sylvester die de Nederlanders heeft leren tandenpoetsen. Sylvester heeft enige tijd in kamp Schoorl gevangen gezeten.” Krake had nog nooit van kamp Neuengamme gehoord en raakte aan de praat met Wim Aloserij. Hij was toen 93 jaar oud. Aloserij heeft nooit zijn verleden willen delen met zijn familie. ,,Hij wilde zijn gezin niet belasten, maar besloot dat nu toch de tijd was gekomen om zijn verhaal vast te leggen. Dit legde wel druk op mijn schouders, omdat ik nu het verhaal zou gaan maken wat zijn gezin nooit gehoord heeft.”

Ter voorbereiding las Krake veel boeken die te maken hadden met de periodes en plekken waar Aloserij gevangen heeft gezeten. ,,Ik ben meerdere malen in Duitsland geweest voor archiefonderzoek. Van de 6000 Nederlanders die gevangen hebben gezeten in Neuengamme hebben maar 600 het overleefd. Van de scheepsramp in de Lübeckebocht heeft maar vijf procent van de opvarenden het overleefd.” Om te achterhalen hoe Aloserij zich staande wist te houden sprak Krake ook met een zus van Wim Aloserij. ,,Zij vertelde mij allerlei verhalen over hun jeugd. Hoe hij als kind in de wijk Kattenburg in Amsterdam op straat leefde in de rauwe volksbuurt omdat hun stiefvader aan de drank sloeg. Wim was het straatleven gewend, was in het bezit van Amsterdamse bluf en wist onzichtbaar te blijven op de juiste momenten. Hij had bepaalde karaktereigenschappen en een levenswijze die hem hard, slim en alert maakten.”

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was Aloserij slagersknecht toen de Duitsers hem in Duitsland tewerkstelden. Op het moment dat hij ook werk moest doen voor de oorlogsindustrie besloot Aloserij te vluchten. Liggend op het dak van een trein reed hij Nederland binnen waar hij in Hoorn onderdook. Bij een razzia werd Cor Somsbeek, een andere onderduiker die met hem in de hooiberg verscholen zat opgepakt. ,,Wim besloot dat hij hem niet alleen wilde laten gaan.” Via kamp Amersfoort kwam Aloserij in het buitenkamp Husum terecht en later in Neuengamme. ,,Om een beeld te krijgen bij zijn verhalen en om te zien of bepaalde plekken weer herinneringen bij hem naar boven brachten zijn we samen naar de werkkampen toe gegaan samen met de stichting Vriendenkring Neuengamme. Ik voelde mij bevoorrecht dat ik met hem over het kampterrein kon lopen en dat hij mij diverse plekken wilde laten zien, zoals waar hij in de kelder verborgen heeft gezeten en waar de martelwerktuigen stonden.”

PUTTENAREN In het hoofdkamp en de Aussenlager, de buitenkampen, is het motto: Vernichtung durch Arbeit - vernietiging door arbeid. Wim wordt tewerkgesteld in Husum, bij het onmenselijk zware graafcommando voor antitankgrachten in Noord-Duitsland. Gevangenen moesten in hun gestreepte pakken bij vijf graden onder nul graven terwijl het ijskoude water tot hun knieën stond. ,,Wat Wim zich nog goed kan herinneren is de aankomst van de Puttenaren. Husum was een kamp dat gebouwd was voor 300 man, maar op dat moment zat er al 1000 man. Ineens kwamen er 1500 mensen bij. Een groot deel van de Puttenaren was doorgevoerd naar Ladelund. Wim heeft veel mannen uit Putten leren kennen die compleet in shock waren, ze waren immers zo uit hun huizen en van het land en hun werk geplukt.”

Ook in Neuengamme kwam Aloserij weer Puttenaren tegen. ,,Toen Wim op het einde van de oorlog op de Cap Arcona zat heeft hij twee 17-jarige Puttenaren nog eten gebracht. Hij had een weg gevonden om vanuit de kajuit bij de keuken te komen.” Bij het bombardement van het schip was de chaos compleet. Aloserij wist zichzelf te redden. Hierna werd hij naar het repatriëringscentrum Glanerburg in Enschede gebracht. ,,Ruim 50.000 Nederlanders werden hier vanuit het buitenland opgevangen en medisch onderzocht en ondervraagd, er konden immers ook mensen tussen zitten die fout waren geweest in de oorlog. Door de binnenlandse strijdkrachten werd Wim uiteindelijk naar huis gereden. In die auto zaten ook twee Puttenaren die er slecht aan toe waren en daarom reed het gezelschap eerst naar Putten toe om hen thuis te brengen.”

Het meest aangrijpende van de weg naar de totstandkoming van ‘De laatste getuige’ vond Frank het ontvangst in Husum. ,,Bij aankomst in het kamp hebben Wim en ik over het terrein gelopen waar hij mij van alles wist te vertellen over de verschrikkingen. De vrijwilligers van de Gedachtenisruimte wilden hem graag interviewen, omdat ze nooit hadden verwacht dat een overlevende van dat kamp nog op bezoek zou komen. Uiteindelijk duurde het interview, waarbij ik voor een groot deel vertaalde, ruim drie uur. Wim bleef maar vertellen over alle gruwelijkheden die hadden plaatsgevonden. Op het einde vroegen ze: ‘Haat u de Duitsers nu niet?’ Waarop Wim zei: ‘Wij zijn op de wereld gezet om elkaar lief te hebben’. En zo is hoe hij nu nog steeds in het leven staat. Hij wilde toen hij thuiskwam na de oorlog zijn familie niet bezwaren met zijn verleden maar wilde vooruit kijken.”

De lezing wordt op woensdag 18 april om 20.00 uur in De Aker aan het Fontanusplein gehouden. De toegang is gratis. Na de lezing volgt een verkoop- en signeersessie van ‘De laatste getuige’ door Frank Krake en Wim Aloserij. Het is niet mogelijk om persoonlijke verhalen met Wim Aloserij te delen of vragen over zijn verleden en dat van de Puttenaren aan hem te stellen omdat dit hem erg aangrijpt.

De laatste getuige, Uitgeverij Achtbaan, ISBN 9789082476415. Prijs: €19,99.