• Een specht heeft geprobeerd de invliegopening groter te maken.

    Kees van Reenen
  • IVN’er Henk van de Beek sluit na controle een nestkast af in het bos bij Garderen.

    Kees van Reenen
  • Koolmezenjongen in nestkast, ruim een week na uitkomen.

    Kees van Reenen

'Open huis' mezen Boeschoten

GARDEREN Een meizonnetje warmt de natuur lekker op na een paar koele weken, ook in het bos van voormalig landgoed Boeschoten onder Garderen. Vorige week hielden de mezen in de nestkasten van IVN Barneveld 'open huis'.

Kees van Reenen

Henk van de Beek en Grietje Stitselaar zijn beiden natuurgids bij het IVN, instituut voor natuureducatie en duurzaamheid, én lid van de vogelwerkgroep van de Barneveldse afdeling. Vandaag tonen ze een stukje resultaat van de inspanningen van de pakweg 25 nestkastencontroleurs die de vogelwerkgroep rijk is.

,,In totaal hebben we ongeveer 900 nestkasten hangen, verdeeld over zo’n 25 gebieden'', vertelt Van de Beek. Minimaal één keer per twee weken worden de kasten nagelopen om te zien of ze bezet zijn en zo ja door welke vogelsoort, hoeveel eieren er zijn gelegd en hoeveel jongen er groot komen. In de herfst worden ze schoongemaakt, zodat de vogels met schone lei kunnen beginnen.

Daar maken ze dankbaar gebruik van. Van de Beek maakt het afdekplankje los en inspecteert het nest, waarna hij ook de anderen laat kijken: jonge koolmeesjes. Aan de hand van foto’s op een zoekkaart kan worden vastgesteld hoe oud ze ongeveer zijn; de eerste paar dagen zijn ze nog kaal, dan komen de eerste veertjes en na ruim een week gaan de ogen open en beginnen de slagpennen van de vleugeltjes zich te vormen. Een kleine drie weken nadat ze uit het ei zijn gekropen, vliegen ze uit.

Vier vogelsoorten blijken gebruik te maken van de nestkasten van IVN Barneveld: koolmees, pimpelmees, bonte vliegenvanger en boomklever. De mezen zijn veruit in de meerderheid. ,,Vorig jaar was het half koolmees, half pimpelmees”, vertelt Stitselaar. ,,Nu zijn het voornamelijk koolmezen.” De oorzaak is nog niet bekend. De koolmezen leggen ook meer eitjes. Rond de twaalf is gewoon, maar dit jaar is er zelfs een nest van negentien gevonden.

VLIEGENVANGER De controles zijn belangrijk om kennis te vergaren over de vogels. Zo werd ontdekt dat in een aantal koolmezennesten alle jongen dood waren. Oorzaak: vergiftigde buxusmot-rupsen. ,,Leeg”, stelt Van de Beek vast bij een volgende kast. Stitselaar vestigt de aandacht op een vogelgeluid: de zang van een bonte vliegenvanger. Kennelijk een mannetje dat een onbezette nestkast heeft ontdekt en nu een vrouwtje probeert te lokken. Dat blijkt steeds moeilijker te worden. Doordat de gemiddelde temperatuur stijgt, verschijnen de rupsen steeds vroeger. De bonte vliegenvanger, ver in Afrika, weet dat niet. Hij is te laat terug om jongen te hebben tijdens de rupsenpiek.

Een koolmees vliegt op als Dick in zijn nestkast kijkt. ,,Deze eieren hebben dat rare kleurpatroon van kalkgebrek”, ziet hij. Dat kenden Van de Beek en Stitselaar nog niet uit dit gebied. Door stikstof uit landbouw en verkeer verzuren steeds meer natuurgebieden, met uiteindelijk dode vogelkuikens tot gevolg. Nog afgezien van het gevaar van nestrovers als boommarter en eekhoorn krijgen de vogels heel wat voor hun kiezen, zoveel is wel duidelijk. Ook in een betrekkelijk veilige nestkast.